Rolex hoef ik eigenlijk aan niemand uit te leggen. Toch heb ik er bijna altijd wel een paar in de verkoop — want geen enkel merk combineert bekendheid, kwaliteit en waardevastheid zoals Rolex dat doet.
Het verhaal begint in 1905, wanneer de Duitse Hans Wilsdorf samen met zijn zwager Alfred Davis in Londen een bedrijf start dat Zwitserse uurwerken importeert en in kasten bouwt. In 1908 bedenkt Wilsdorf de naam "Rolex" — kort, in elke taal uit te spreken en mooi op een wijzerplaat. Later verhuist het bedrijf naar Genève, waar het nog altijd zetelt.
Rolex heeft de moderne polshorloge-geschiedenis geschreven. In 1926 kwam de Oyster: de eerste waterdichte kast ter wereld, wereldberoemd geworden toen zwemster Mercedes Gleitze er in 1927 het Kanaal mee overzwom. In 1931 volgde het "Perpetual"-rotormechanisme dat het horloge oplaadt met je polsbeweging — de basis van vrijwel elke automaat van vandaag.
Daarna kwam de ene klassieker na de andere: de Datejust met zijn datumvenster, en de gereedschaps- horloges waar ik zelf zo van hou — de Submariner (1953) voor de duiker, de GMT-Master voor de piloot, de Explorer voor de bergbeklimmer en de Daytona voor de coureur. Precies díe combinatie van doordachte techniek, tijdloos ontwerp en ijzersterke waardevastheid maakt dat een goede Rolex bij mij zelden lang op voorraad blijft.
